Beijumers meest betrokken bij Kardingegebied

Juli j.l. verscheen  het verslag  van het in opdracht van Natuurmonumenten gehouden onderzoek naar natuur en recreatie in Kardinge. Tientallen bewoners van Beijum, Lewenborg en Noorddijk zijn gehoord. In het rapport wordt geconcludeerd dat Beijumers zich op afstand het meest betrokken voelen bij het Kardingegebied en ook het vaakst bereid zijn zich actief in te zetten.

Veel mensen vinden dat vooral de schelpenpaden in het gebied beter onderhouden moeten worden en dat de natuurwaarden voor verbetering vatbaar zijn. 20% van de ondervraagden vindt het aanal prullenbakken te klein, en de bakken die er zijn moeten vaker geleegd worden. Opvallend is dat bijna de helft van de ondervraagden niet meer aktiviteiten in het gebied wil: men hecht aan de rust en de ruimte.

Van de ondervraagden kent 73 % Natuurmonumenten (Beijum: 90%), 7 verklaarden lid te zijn van Natuurmonumenten, waarvan 6 Beijumers. 51% weet dat Natuurmonumenten het Kardingegebied beheerdt (Beijum 76%). Over het algemeen blijkt uit het onderzoek  tevredenheid met het gebied.

Wensen zijn er echter ook: grote grazers ook in de rand langs Beijum toelaten, een ruig speelbos voor kinderen, meer paden door het Beijumerbos en een bezoekerscentrum/horecavoorziening bij de Kardingerplas (‘zoals vroeger het Pannenkoekenrestaurant’)

Natuurmonumenten wil de band met bewoners van de omliggende wijken versterken.Veel ondervraagden vinden dat ook een goede zaak.  28 November a.s. vindt daarover een gesprek plaats in het DOK in Lewenborg tussen Natuurmonumenten en een aantal bewoners van de omliggende wijken. Daarbij zijn ook een aantal leden van de werkgroep Groen en grijs van de Bewonersorganisatie Beijum (BOB) aanwezig.

Geef een reactie