Zomaar een ontmoeting: in gesprek met Jan van der Wis

We treffen elkaar met enige regelmaat. Op zondagochtend. In de buurt van de Kardingerheuvel. Jan maakt zijn wandeling, ik doe een rondje zwerfvuil ruimen. Je raakt aan de praat. Over van alles en nog wat. Jan van der Wis, 78 jaar, en al 33 jaar Beijumer.

Van Paddepoel naar Beijum

In 1978 verhuisden Jan, zijn vrouw Ina en hun dochter Astrid naar Beijum. Ze woonden in een flat in Paddepoel en zochten een eigen woning op de begane grond. Nieuw bouwen in Beijum bleek toen minder duur dan een bestaande woning kopen in Paddepoel. Het lukte een plekje te bemachtigen aan de zuidrand van de Menkemaheerd met uitzicht op wat nu het Natuurmonumentengebied Kardinge is. Jan: ‘Je kocht een stuk grond van de gemeente en het door de gemeente aangetrokken bedrijf Geveke bouwde de huizen. Kort daarna daalden de prijzen van koopwoningen in Paddepoel flink, maar we hebben geen moment spijt gehad van onze verhuizing naar Beijum’.

De kinderziektes van het bijna letterlijk uit de klei getrokken Beijum zijn bekend: ‘Onze dochter van 10 moest eerst een aantal maanden op school in de Korrewegwijk voordat de Doefmat aan de Isebrandtsheerd klaar was. De Korrewegbrug kon je van half 10 ’s avonds tot zeven uur ’s ochtends niet over. Het bleef tijdenlang aardedonker in delen van de wijk en de bollampen gaven meer licht richting hemel als naar de grond. Bij duisternis was zelfs een wandeling van de Menkemaheerd naar de klaverjasclub in Het Heerdenhoes een linke aangelegenheid. Maar het hoorde erbij en je was vol goede moed’.

In vogelvlucht

Jan is geboren in 1935. In de Diephuisstraat in de Korrewegwijk. Zijn zus Irene is een jaar jonger. In 1942 stierf hun moeder. ‘Een ramp voor een jong gezin’. Het jaar daarop hertrouwde zijn vader waarna nog broer Menno en zus Dina werden geboren. Dina overleed in 2000 aan kanker. Na de middelbare school en een aantal kantoorbaantjes vertrok Jan naar Rotterdam waar hij in dienst trad van het bankiershuis R. Mees en Zoonen. Hij kon in de havenstad echter zijn draai niet goed vinden en keerde binnen het jaar terug naar Groningen. Daar leerde hij Ina kennen en in 1967 trouwden ze. Twee jaar later werd dochter Astrid geboren. Jan werkte vervolgens op het kantoor van een groothandel en van een machinefabriek, en, vervolgens bijna 20 jaar bij de Gasunie op de salaris- en crediteurenafdeling. Jan was als sporter en bestuurder actief in de atletiek. Hij was o.a. secretaris van district Noord van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. Koorzang was en is zijn andere hobby. December 1964 werd hij geïnstalleerd als lid van de ‘Koninklijke Liedertafel Gruno’, een befaamd mannenkoor, talrijke optredens verzorgend in binnen- en buitenland. Jan is bijna 50 jaar lid van Gruno en lid van verdienste bovendien vanwege zijn jarenlange inzet voor het koor. Sinds 2011 houdt hij het alleen nog op zingen.

Oorlogsjaren

Jan was vijf jaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. ‘Ik kreeg er aanvankelijk als kind niet zoveel van mee. Allerlei dingen gingen gewoon door, zoals school en zwembad. Ook zoiets als de spertijd deed je weinig: je ging als kind ‘s avonds toch niet de straat meer op. Maar langzamerhand werd het anders. Zo was ik met een joods vriendje op het plein voor het zwembad. Ik kreeg een stuk chocolade van een Duitse soldaat. Ik gaf de helft aan mijn vriendje maar dat werd hem prompt door de soldaat uit de handen gerukt. Ik heb nooit gemerkt dat de joodse gezinnen uit onze straat weggevoerd werden. Ze waren er opeens niet meer. Later kregen we de buren nog een kaartje uit Westerbork waarop geschreven stond dat het hen goed ging. Dat was het laatste wat we van hen hoorden of zagen. NSB-ers trokken in hun huizen. Veel buurtbewoners keken hen met de nek aan. Elektriciteit en gas was er alleen op bepaalde tijden. Er werd hout gesprokkeld en gestookt. De vrouwen gingen regelmatig het platteland op om voedsel te zoeken. Ik kan me niet herinneren dat we honger leden. Brood met suikerbietsmeersel vonden we als kind bovendien wel lekker. Er logeerde regelmatig een buurman bij ons. Hij nam deel aan de spoorwegstaking tegen de jodendeportaties begreep ik later; thuis liep hij het risico opgepakt te worden. Her en der in ons huis lagen stapeltjes illegale krantjes. Regelmatig hoorden we radio Oranje waar vader naar luisterde. Later logeerde er nog een kind bij ons. Hij bond me op het hart om nooit met iemand over die dingen te praten, ook niet met m’n beste vrienden. Mijn vader kon overigens thuis blijven vanwege een maagzweer’.

Jan vertelt verder: ‘Ik was 10 toen de driedaagse bevrijdingsslag om Groningen woedde. Gefluit van granaten en mortieren. De beste schuilplekjes zoeken in huis. Bovenburen kwamen ook bij ons schuilen. In de omgeving werden huizen geraakt. Ons bleef dat bespaard. Ik herinner me dat de uitbarsting van opluchting en blijdschap enorm was toen de bevrijding een feit was. In onze straat woonde ook de Duitser Lehnhoff, beul van het Scholtenhuis, het SS-hoofdkwartier aan de Grote Markt. Zijn huisraad werd na de bevrijding op straat gegooid. Hij vluchtte met een aantal anderen naar Schiermonnikoog, een slechts kortstondig uitstel van zijn arrestatie. Hij werd in 1951 geëxecuteerd’.

Beroepsverbod?

Jan solliciteerde later bij de belastingdienst. Hij voldeed aan alle vereisten maar werd in een persoonlijk gesprek bij hem thuis met een wazig verhaaltje afgewezen. ‘Je weet het natuurlijk nooit zeker maar toch: mijn vader leerde in de illegaliteit verhoudingsgewijs veel communisten kennen. Na de oorlog werd hij lid van de culturele vereniging Nederland-USSR. Daar stopte hij na de Russische inval in Hongarije acuut mee. Het waren  hoogtijdagen van de Koude Oorlog. De Binnenlandse Veiligheidsdienst was alom en had forse invloed op overheidsbenoemingen’.

Jan van der Wis wandelt veel. Alleen of met zijn wandelvriend uit Zuidwolde. Ina en hij gaan regelmatig op reis. Ze houden van de SRC-cultuurreizen, zien flink wat buitenland maar verblijven met evenveel plezier in eigen land, en niet in de laatste plaats in Beijum. Ze waarderen de Beijumkrant (‘Lezen we van a tot z’) en zijn inmiddels lid van de Bewonersorganisatie Beijum.

Zomaar een ontmoeting. Op zondagochtend. Bij de Kardingerheuvel. De één aan de wandel, de ander doet een rondje zwerfvuil.

Wim Klein (tekst) en Willemien Mensinga (foto)

2 reacties op “Zomaar een ontmoeting: in gesprek met Jan van der Wis

  1. Op de gok… Ik probeer in het kader van een eigen onderzoek naar stukjes familiegeschiedenis meer aan de weet te komen over een familie Van der Wis die in de jaren ’30/’40 in of rond Groningen woonde (en o.m.? op het Paterswoldsemeer recreëerde met een boot,’Wiho’ genoemd naar de namen van bouwers Van der Wis en Holsteijn). Ik zou van Jan van der Wis graag willen horen of hij wellicht familie is. Bijzonderheid: vader Van der Wis was indertijd, naar ik begrepen heb, accountant of boekhouder. Zou beijum.org mijn vraag willen voorleggen aan Jan van der Wis? Doorsturen?

  2. En daar kom je Jan van der Wis zo maar weer tegen op de site van Beijum na +/- 40 jaar !
    Ik ( Reind Zonderman ) zat samen met Jan in het Bestuur van de Atlethiek vereniging Nurmi destijds ( oa. organisatie Plantsoenloop ) en bewaar heel goede herinneringen aan Jan . Hij heeft zelfs nog bij ons gewoond destijds in de Magnoliastraat
    Jan als je dit leest neem eens contact met mij op .!
    hartelijke groet voor jou en Ina

    reind ,,,,

Geef een reactie